Rb. 's-Hertogenbosch 20 maart 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BW8635
Planschade en normaal maatschappelijk risico Een projectontwikkelaar komt op tegen een toegekende planschadevergoeding in verband met een vrijstelling ex art. 19, lid 1, van de WRO, voor het oprichten van dertien woningen in Leende. Het betoog dat verweerder ten onrechte niet heeft bezien in hoeverre de geleden schade valt binnen het normale maatschappelijke risico, zoals bedoeld in art. 6.2, lid 1, van de Wro, slaagt. De ABRS heeft in haar uitspraak van 29 februari 2012, LJN: BV7254, in een zaak waarin, net als in dit geval, het schadeveroorzakende besluit in werking is getreden in de periode tussen 1 september 2005 en 1 juli 2008 en de aanvraag om tegemoetkoming in planschade is ingediend in de periode tussen 1 juli 2008 en 1 september 2010, geoordeeld dat artikel 9.1.18 van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening met zich brengt dat artikel 6.2, eerste lid, van de Wro op de aanvraag van toepassing is. Dat artikel 6.2, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wro niet op de aanvraag van toepassing is, doet daaraan niet af. De rechtbank is van oordeel dat, gelet op deze uitspraak, verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat een korting vanwege de algemene voorzienbaarheid als gevolg van normale maatschappelijke ontwikkelingen niet mag worden toegepast binnen het stelsel van planschade en dat hiervan niet, in het licht van het overgangsrecht op basis van de Invoeringswet met een enkele verwijzing naar artikel 6.2, eerste lid, van de Wro, mag worden afgeweken. De rechtbank stelt verweerder bij tussenuitspraak in de gelegenheid de geconstateerde gebreken te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl