Rb. 's-Hertogenbosch 8 juni 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BW7877
Buiten behandeling stellen aanvraag om omgevingsvergunning met betrekking tot het ingebruik nemen van vijf percelen voor een tijdelijke parkeergelegenheid omdat niet alle gegevens zijn overgelegd. Naar het oordeel van de rb. is eiseres op basis van art. 3.2 van het Mor niet gehouden om gegevens over de afmetingen van slagboominstallaties en verlichting te verstrekken. Art. 3.2 van het Mor verplicht slechts tot het verstrekken van gegevens over de situering van bouwwerken en niet over de afmetingen van bouwwerken. Van eiseres kan niet meer worden verlangd om meer gegevens te verstrekken voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een vergunning voor het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan. Voor zover verweerder zich op het standpunt stelt dat deze gegevens moeten worden verstrekt om te beoordelen of sprake is van bouwen in strijd met het bestemmingsplan, als bedoeld in art. 2.1 eerste lid onder a en c van de Wabo, overweegt de rb. dat dit geen reden kan vormen om de betreffende gegevens over de afmetingen van de bouwwerken te verstrekken. De aanvraag voor een activiteit in strijd met het bestemmingsplan wordt niet van rechtswege gezien als een activiteit voor bouwen. Vast staat dat situatietekeningen van de nieuwe situatie van twee terreinen niet zijn overgelegd voorafgaand aan het primaire besluit. Verweerder heeft het overleggen van de situatietekeningen noodzakelijk kunnen achten. Niet gebleken is dat eiseres, die een gecombineerde aanvraag heeft ingediend, voorafgaand aan het besluit in primo een verzoek heeft ingediend om de aanvraag te splitsen. Omdat niet alle dor verweerder gevraagde informatie is verschaft heeft verweerder de gehele aanvraag , ook voor zover deze betrekking heeft op percelen waarvoor wel een situatietekening is overgelegd, buiten behandeling kunnen stellen. Vast staat dat de ontbrekende situatietekeningen wel zijn gehecht aan het bezwaarschrift van eiseres tegen het primaire besluit van 19 april 2011. De rb. is van oordeel dat de omstandigheid dat, gezien jurisprudentie van de ABRS, sprake is van een discretionaire bevoegdheid om ontbrekende gegevens bij een heroverweging te betrekken, verweerder dient te motiveren waarom van deze bevoegdheid geen gebruik wordt gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het bestreden besluit onvoldoende waarom dit niet het geval is. Naar het oordeel van de rb. kan uit de inhoud van het bezwaarschrift van eiseres en de pleitnota ten behoeve van de hoorzitting een verzoek tot splitsing van de aanvraag worden afgeleid. Het had op de weg van verweerder gelegen om per perceel aan te geven waarom de aanvragen niet in behandeling zijn genomen. Het bestreden besluit is in zoverre niet deugdelijk gemotiveerd en genomen in strijd met artikel 7:11 van de Awb.
De uitspraak op rechtspraak.nl