Rb. 's-Hertogenbosch 16 mei 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BW6428
Intrekking subsidie voor restauratie molen; artikel 4:48 Awb De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid, op grond van het bepaalde in artikel 4:48, eerste lid, aanhef en onder a van de Awb, de subiside heeft kunnen intrekken. Voorts is de rechtbank van oordeel dat verweerder in hetgeen eiser heeft aangevoerd, geen aanleiding hoefde te zien om de hardheidsclausule toe te passen. Daarbij neemt de rechtbank in de eerste plaats in aanmerking dat verweerder ter zitting heeft verklaard dat restauratie van de molen voor hem, vanuit een oogpunt van het in stand houden van het culturele erfgoed van de provincie, thans niet hoog meer op de agenda staat, mede vanwege de op dit moment heersende financiële crisis. Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat verweerder rechtsongelijkheid voorziet wanneer aan eiser alsnog subsidie wordt verleend, terwijl anderen die in het kader van Impuls 2 de vereiste start- dan wel einddatum evenmin hebben gehaald en ten aanzien van wie eveneens intrekkingsbesluiten zijn genomen, niets ontvangen.
De uitspraak op rechtspraak.nl