Rb. 's-Hertogenbosch 2 februari 2012, ECLI:NL:RBSHE:2012:BV2657
geheimhouding op grond van artikel 86, tweede lid, van de Gemeentewet, omvang toetsing bestuursrechter, geen zwaarwegend spoedeisend belang Een verzoek om een voorlopige voorziening als het onderhavige komt niet snel voor toewijzing in aanmerking omdat een dergelijke voorziening een zeer verstrekkend en onomkeerbaar karakter heeft. Voor een zo verstrekkende beslissing is in beginsel slechts plaats indien ernstig moet worden getwijfeld aan de rechtmatigheid van het besluit en een zeer zwaarwegend spoedeisend belang daartoe noopt. Hoewel, gelet op de door verzoeker aangehaalde passages van de parlementaire geschiedenis van de Gemeentewet, naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet zonder meer kan worden gezegd dat in een zaak als de onderhavige nimmer kan worden toegekomen aan een materiële toetsing van de opgelegde geheimhouding, stelt de voorzieningenrechter vast dat in de jurisprudentie nog niet is uitgemaakt of de bestuursrechter over mag gaan tot het beantwoorden van de vraag of sprake is van een weigeringsgrond als bedoeld in artikel 10 van de Wob. Anders dan verzoeker is de voorzieningrechter namelijk van oordeel dat uit de door hem genoemde uitspraken niet blijkt dat de (hoogste) bestuursrechter van oordeel is dat een materiële toetsing van het geheimhoudingsbesluit dient plaats te vinden. Nu het hier een principiële rechtsvraag betreft die raakt aan de politiek-bestuurlijke verhoudingen binnen gemeentes, leent naar het oordeel van de voorzieningenrechter een procedure als de onderhavige zich niet voor het beantwoorden van die vraag. Reeds daarom kan niet gezegd worden dat thans ernstig moet worden getwijfeld aan de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Evenmin is naar het oordeel van de voorzieningenrechter sprake van een zeer zwaarwegend spoedeisend belang. Verzoeker heeft niet aannemelijk kunnen maken dat het gestelde belang dermate zwaarwegend is dat de beslissing op bezwaar – die zoals gesteld ter zitting in maart 2012 zal worden genomen – niet kan worden afgewacht.
De uitspraak op rechtspraak.nl