Rb. 's-Hertogenbosch 17 juni 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BV6603
Verlening van een ontheffing, door de minister van Defensie en de staatssecretaris van Infrastructuur en milieu, van het bepaalde in artikel 33, eerste lid, aanhef en onder a, van de Luchtvaartwet ten behoeve van het burgermedegebruik van het militair luchtvaartterrein Eindhoven (Eindhoven Airport, voorheen vliegveld Welschap) voor de jaren 2010 en 2011. In de ontheffing is geen eenderderegeling opgenomen, zoals deze in het verleden wel gold. Deze regeling hield in dat op dagen in het weekend en op algemeen erkende feestdagen het aantal vliegtuigbewegingen niet hoger mocht zijn dan een derde gedeelte van het gemiddelde aantal van deze bewegingen op de overige dagen van de week. Volgens verweerders zijn de getalsmatige beperking van het aantal vliegtuigbewegingen en de beperking van de openingstijden in de ontheffing en de geldende geluidszone voldoende om geluidsoverlast in de omgeving te beperken. Herinvoering van de eenderderegeling betekent een beperking van het aantal vluchten van de belangrijkste luchtvaartmaatschappijen, die 80 procent van het vliegverkeer via Eindhoven Airport voor hun rekening nemen. Dit brengt het reële risico met zich dat zij zullen overwegen hun vluchten naar een andere luchthaven te verplaatsen. Volgens eisers betekent het niet meer opnieuw opnemen van een eenderderegeling dat gedurende het weekend een aanzienlijke verslechtering van de leefsituatie rondom de luchthaven optreedt, doordat de extra ruimte die aldus geboden wordt ook daadwerkelijk zal worden benut, vooral door vliegmaatschappijen die in het weekend willen vliegen. Verweerders hebben onvoldoende gemotiveerd dat de overlast door de thans geldende beperkingen in voldoende mate wordt voorkomen. Door de eenderderegeling werd voorkomen dat de geluidbelasting gedurende het weekend en op erkende feestdagen gelijk wordt aan die op werkdagen. De rechtbank heeft een tussenuitspraak gedaan. Verweerders hebben weliswaar verzuimd om de belangenafweging naar de eisen van de wet afdoende te onderbouwen, met name omdat op verschillende onderdelen een kwantitatieve onderbouwing node wordt gemist, maar omdat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat verweerders de afweging van belangen alsnog op toereikende wijze zouden kunnen onderbouwen, heeft de rechtbank verweerders in de gelegenheid gesteld om het gebrek in de besluitvorming te herstellen.
De uitspraak op rechtspraak.nl