Rb. 's-Hertogenbosch 9 november 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BU6886
Vernietiging van besluit op bezwaar waarbij het besluit tot verlening van vrijstelling en bouwvergunning voor de oprichting van een windpark in stand is gelaten. Ten tijde van het nemen van het besluit op bezwaar gold het bestemmingsplan waarvan vrijstelling is verleend niet meer. De ruimtelijke onderbouwing is ondeugdelijk omdat hierin niet is ingegaan op het toekomstig planologisch regiem. Verweerder heeft in redelijkheid geen gebruik kunnen maken van de verleende verklaring van geen bezwaar. Ook het akoestisch rapport dat aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegen, schiet te kort. Voorts heeft verweerder geen gebruik mogen maken van het welstandsadvies, nu dit niet is onderbouwd. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Reusel-De Mierden (verweerder) heeft vrijstelling ex artikel 19, eerste lid, van de WRO en bouwvergunning verleend voor de oprichting van een windturbinepark nabij de Belgische grens. Een aantal omwonenden (eisers) kan zich hierin niet vinden. Op deze zaken is de Crisis- en herstelwet (Chw) van toepassing. Het betoog van eisers dat het bouwplan onvoldoende concreet is omdat in de bouwaanvraag geen exacte maten zijn vermeld, faalt. Het voorgenomen gebruik is in de aanvraag voldoende duidelijk omschreven en het project is op zichzelf voldoende duidelijk. De ingediende gegevens en bescheiden waren voldoende om een besluit op de aanvraag te kunnen nemen. Het betoog van eisers dat de bouwaanvraag op grond van artikel 52 van de Woningwet had moeten worden aangehouden laat de rechtbank, gelet op artikel 1:9 van de Chw, buiten beschouwing omdat deze aanhoudingsregeling onmiskenbaar niet strekt ter bescherming van belangen van derden, zoals eisers. Verweerder heeft vrijstelling verleend van een ten tijde van het nemen van het bestreden besluit op bezwaar niet meer geldend bestemmingsplan. Reeds hierom komt dat besluit voor vernietiging in aanmerking. De ruimtelijke onderbouwing is ondeugdelijk omdat hierin niet is ingegaan op het toekomstig planologisch regiem. Verweerder heeft in redelijkheid geen gebruik kunnen maken van de door gedeputeerde staten verleende verklaring van geen bezwaar omdat die berust op onjuiste uitgangspunten. Het betoog van eisers dat het akoestisch rapport dat aan de besluitvorming ten grondslag heeft gelegen op een aantal punten tekort schiet en mogelijk sprake zal zijn van overschrijding van de geluidsnorm, slaagt. Voor zover wat betreft slagschaduwhinder is wel voldoende aannemelijk gemaakt dat aan de norm kan worden voldaan. Niet aannemelijk is dat de te bouwen windturbines in zijn algemeenheid tot gezondheidsproblemen zullen leiden. Ook de externe veiligheid vormt geen belemmering om voor het project vrijstelling te verlenen. Voor zover eisers nog een beroep hebben gedaan op artikel 8 van het EVRM passeert de rechtbank dit beroep als niet onderbouwd. Verweerder heeft zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat de Flora- en faunawet niet aan het verlenen van vrijstelling in de weg staat. Voorts is voldoende onderbouwd dat het bouwplan economisch uitvoerbaar is. Het betoog van eisers dat verweerder het advies van de welstandscommissie niet aan het besluit tot verlening van bouwvergunning ten grondslag had mogen leggen omdat het niet is onderbouwd, slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 8.1 Wm
- Artikel 44 Wonw
- Artikel 46 Wonw
- Artikel 52 Wonw
- Artikel 6:13 Awb
- Artikel 2 BPB
- Artikel 3 BPB
- Artikel 75 Ffw
- Artikel 9e E-wet
- Artikel 4 BIVAB
- Artikel 3.26 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 9.1.10 Invoeringswet Wro
- Artikel 1.1 Chw
- Artikel 1.9 Chw
- Artikel 5.3 Chw
- Artikel 8 EVRM