Rb. 's-Hertogenbosch 21 oktober 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BT8622

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diefstal van delen van een koperen gasleiding uit een leegstaand pand en wordt veroordeeld voor die diefstal tot een gevangenisstraf voor de duur van 323 dagen met aftrek van voorarrest waarvan 270 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren en daarbij zijn bijzondere voorwaarden gesteld. Verdachte heeft een groot gevaar veroorzaakt voor het pand en mensen en goederen in de directe omgeving daarvan. Niet bewezen verklaard is dat hij door zo te handelen geprobeerd heeft een ontploffing teweeg te brengen als bedoeld in artikel 157 Sr. Evenmin is bewezen verklaard dat hij zich heeft schuldig gemaakt aan overtreding van artikel 161 Sr: vernielen, onbruikbaar maken of beschadigen van enig werk dienende tot waterkering, waterlozing, gas- of waterleiding of riolering. Gelet op het te beschermen belang dat de wetgever met de wijziging van artikel 161 Sr (ivm uitvoering kaderbesluit terrorismebestrijding van de EU van 13-6-02) voor ogen heeft gestaan, dient naar het oordeel van de rechtbank onder de term 'gasleiding' uit de tenlastelegging te worden verstaan een infrastructurele voorziening als wezenlijk en essentieel onderdeel van - onder meer - de economische en sociale structuur van een land. De gasleiding in het bewust pand kan niet als een dergelijke infrastructurele voorziening worden aangemerkt. Weliswaar heeft de wetgever bij de formulering van de wettekst een voorbeeld genomen aan artikel 351 Sr zonder de daarin voorkomende beperking over te nemen dat het dient te gaan om 'werken ten algemenen nutte', maar dat enkele feit brengt nog niet met zich dat ieder particulier gasleidingnet dat niet ten algemene nutte is bestemd reeds om die reden onder de bescherming valt van artikel 161 Sr.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen