Rb. 's-Hertogenbosch 7 oktober 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BT7489
De wijziging van artikel 9.6 van het Besluit Inburgering heeft niet tot gevolg dat – in zijn algemeenheid – een gemeente kosten heeft gemaakt voor de uitvoering van de WIN waartegenover geen vergoeding staat. Het gewijzigde Besluit inburgering pakt voor eiser nog immer voordelig uit. De aan artikel 9.6 van het Besluit inburgering ten grondslag liggende gedachte dat dubbele bekostiging onrechtvaardig is, komt de rechtbank niet onjuist voor. Evenmin komt het de rechtbank onjuist voor dat de regelgever deze dubbele bekostiging compenseert met latere vergoedingen en meer in het bijzonder door te bepalen dat gemeenten in 2006 afgegeven verklaringen, voor zover betrekking hebbend op beschikkingen die voor 2006 zijn afgegeven, niet mogen meetellen. In de situatie dat bij een individuele gemeente het aantal verklaringen waarover in 2005 dubbele bekostiging heeft plaatsgevonden lager ligt dan het aantal in 2006 afgegeven verklaringen waarvoor als gevolg van artikel 9.6 van het Besluit inburgering geen rijksbijdrage wordt toegekend, wordt die gemeente benadeeld. Verweerder heeft in het bestreden besluit uiteengezet dat hij in die situatie per geval beziet of er aanleiding bestaat (een deel van) de kosten in afwijking van het Besluit inburgering alsnog voor vergoeding in aanmerking te laten komen. Naar het oordeel van de rechtbank kan de wijze waarop de regelgever de eenmalige rijksbijdrage in zijn algemeenheid heeft vastgesteld alleen dan de rechterlijke toets doorstaan, indien verweerder het aldus door de betreffende gemeente geleden nadeel, dat wil zeggen het verschil tussen de compensatie (de in 2006 afgegeven verklaringen) en de dubbele bekostiging in 2005, volledig compenseert in de eenmalige rijksbijdrage. Aan de verlening van een voorschot kan niet het gerechtvaardigde vertrouwen worden ontleend dat een met dat voorschot overeenkomende aanspraak bestaat. Het voorschot wordt immers slechts verleend tot de vaststelling van de eenmalige rijksbijdrage. De voorschotten worden op grond van artikel 9.6, negende lid, van het Besluit Inburgering ook verrekend met het voorschot dat ingevolge de WIN is verleend ten behoeve van het jaar 2006. Hieruit volgt eveneens dat dit kan leiden tot een terugvordering. Van aan verweerder toe te rekenen uitdrukkelijke ondubbelzinnige en ongeclausuleerde toezeggingen aan eiser omtrent de hoogte van de rijksbijdrage, is niet gebleken. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl