Rb. 's-Hertogenbosch 15 september 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BT1703
ABNAMRO heeft aan gedaagden ieder een krediet van € 15.000.000,00 verschaft zonder dat daarvoor zekerheden zoals hypotheek op panden is verschaft. Daarnaast heeft ABNAMRO aan gedaagden en XXX gezamenlijk een krediet van € 35.000.000,00 verschaft. Tenslotte hebben gedaagden zich jegens ABNAMRO borg gesteld tot een maximum bedrag van € 4.000.000,00 voor schulden van gelieerde vennootschappen aan ABNAMRO. ABNAMRO vordert de veroordeling in kort geding van gedaagden tot betaling van € 54.000.000,00 in hoofdsom, tot het stellen van (aanvullende) zekerheden en tot het verschaffen van informatie door gedaagden over hun vermogens en inkomsten. Gedaagden betogen dat ABNAMRO geen opeisbare vorderingen heeft, dat zij niet verplicht zijn tot het stellen van (aanvullende) zekerheden en dat zij ook niet verplicht zijn informatie te verschaffen over hun vermogens en inkomsten. De voorzieningenrechter overweegt dat de vorderingen van ABNAMRO tot een bedrag van € 50.000.000,00 opeisbaar zijn en in kort geding kunnen worden toegewezen. Tevens overweegt hij dat de algemene bankvoorwaarden van toepassing zijn en gedaagden op grond daarvan (aanvullende) zekerheden dienen te verschaffen. Als gedaagden niet aan de veroordeling, zal het vonnis – voor zover de in zekerheid te geven goederen in Nederland liggen - in de plaats van de akte komen nadat de voorzieningenrechter zal hebben vastgesteld dat gedaagden niet aan de veroordeling hebben voldaan. Voor zover de in zekerheid te geven goederen in het buitenland liggen zal een in het vonnis benoemde dwangvertegenwoordiger namens gedaagden de noodzakelijke aktes tekenen nadat de voorzieningenrechter zal hebben vastgesteld dat gedaagden niet aan de veroordeling hebben voldaan. Op grond van vaste jurisprudentie van de Hoge Raad zijn gedaagden niet verplicht informatie te verschaffen over hun vermogens en inkomsten. Deze vordering wordt dan ook afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl