Rb. 's-Hertogenbosch 17 augustus 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BR5428

De omstandigheid dat een plankaart en conceptregels deel uitmaken van de bestreden besluiten leidt niet tot het oordeel dat deze besluiten een toetsingskader beogen te bieden voor toekomstige vormen van gebruik. Beide besluiten zijn projectbesluiten als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wro. De twee projectbesluiten vormen een aaneengesloten gebied. Nu sprake is van een project ten behoeve van de bouw van meer dan 20 woningen in een aaneengesloten gebied als bedoeld in Bijlage I, artikel 3.1 van de Chw en is de Chw op beide zaken van toepassing. Gelet op het bepaalde in artikel 1.9 van de Chw kan schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van eisers, niet leiden tot vernietiging van de bestreden besluiten. Nu twee van de eisers wonen aan de straat waaraan het projectbesluit grenst, moet worden geoordeeld dat artikel 5.1.4 van het Bro in samenhang met artikel 74 en 77 van de Wgh mede strekken tot bescherming van hun belangen bij een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. De aangevoerde gronden strekken niet tot bescherming van de belangen van twee bedrijven noch de belangen van de toekomstige bewoners van het nieuwe zorgcomplex en de nieuwe appartementen die door de projectbesluiten mogelijk worden gemaakt. Naar het oordeel van de rechtbank beoogt de norm in artikel 5.1.3, eerste lid aanhef en onder f van het Bro, voor zover deze betrekking heeft op maatschappelijke uitvoerbaarheid van een project kennelijk niet de belangen van eisers te beschermen. De rechtbank is van oordeel dat niet kan worden gesteld dat de norm, inhoudend dat in de ruimtelijke onderbouwing de (financiële) uitvoerbaarheid van het plan moet zijn onderbouwd, kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van omwonenden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen