Rb. 's-Hertogenbosch 21 juli 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BR2608
Eisers hebben van gedaagde een hond gekocht. De hond is zes dagen na aanschaf overleden, volgens eisers aan de gevolgen van het parvovirus. Eisers maken onder meer aanspraak op teruggave van de koopsom en op vergoeding van de kosten van de dierenarts. Gedaagde betwist onder meer dat de hond besmet was met parvo. De kantonrechter oordeelt als volgt. Er is sprake van een consumentenkoop in de zin van artikel 7:5 BW. Voldoende aannemelijk is dat de hond op het moment van verkoop besmet was met parvo en daaraan is overleden. Aangezien de hond niet beantwoordde aan de overeenkomst, nu deze niet de eigenschappen bezat die eisers op grond van de overeenkomst mochten verwachten, hebben eisers de koopovereenkomst met gedaagde mogen ontbinden. Gedaagde wordt veroordeeld tot restitutie van de koopsom aan eisers. Er zijn omstandigheden op grond waarvan de tekortkoming, het lijden van de hond aan parvo en het na zeer korte tijd na de verkoop overlijden daaraan, aan gedaagde is toe te rekenen. De gevolgschade, in casu de kosten van de dierenarts, komt daarom voor vergoeding in aanmerking. Gedaagde wordt veroordeeld tot het betalen van voormelde kosten aan eisers.
De uitspraak op rechtspraak.nl