Rb. 's-Hertogenbosch 12 juli 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BR1264

Met het oog op een vlot verloop van de aanbesteding en het zoveel mogelijk voorkomen van (verdere) vertragingen in de uitvoering van overheidsopdrachten is het nodig dat er snel en doeltreffend wordt geprocedeerd over de vraag of een gunningsbesluit rechtsgeldig is. Dat brengt met zich dat indien binnen de daarvoor geldende korte termijn door een inschrijver een kort geding tegen een gunningsbeslissing aanhangig wordt gemaakt, andere inschrijvers die bij de uitkomst van dat kort geding belang hebben zoveel mogelijk gebruik zullen moeten maken van de mogelijkheid tot voeging en tussenkomst, zodat in één ronde, rekening houdend met de standpunten en belangen van alle betrokkenen die bij de gunningsbeslissing belang hebben, kan worden beslist. Indien eiseres zich had gevoegd of was tussengekomen in het eerdere kort geding had de onderhavige procedure niet gevoerd hoeven te worden en was er dus minder vertraging opgetreden. Eiseres mocht de uitkomst van het vorige kort geding niet afwachten om vervolgens alsnog het onderhavige kort geding te beginnen. De conclusie is dat eiseres misbruik van procesrecht maakt door de geldigheid van de gunningsbeslissing van gedaagden aan de orde te stellen in onderhavig kort geding. Daarom heeft de voorzieningenrechter eiseres niet-ontvankelijk verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen