Rb. 's-Hertogenbosch 30 juni 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ9809
Verdachte veroordeeld tot een geldboete van Eur 500,- subsidiair 10 dagen hechtenis voor kort gezegd schening van het ambtsgeheim (artikel 272 Sr). Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid van de officier van justitie is verworpen. Het zijn discretionaire bevoegdheden van de officier van justitie om in een zaak een transactie aan te bieden of een zaak af te doen met een strafbeschikking. De argumenten van de officier van justitie om verdachte te dagvaarden zijn valide en van schending van de beginselen van een behoorlijke procesorde is geen sprake. Beroep op rechtvaardigingsgrond noodtoestand is eveneens verworpen. Verdachte heeft doelbewust in strijd met zijn ambtsplicht handelingen verricht die schade aan het aanzien van het ambt van rechter en het daarin te stellen vertrouwen kunnen toebrengen.
De uitspraak op rechtspraak.nl