Rb. 's-Hertogenbosch 2 mei 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BQ4185

Bij besluit van 12 juni 2009 heeft verweerder aan eiseres een last onder dwangsom opgelegd van € 75.000 per overtreding van artikel 2.9.1, aanhef en onder b, van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (hierna: het Gebruiksbesluit), met een maximum van € 450.000.00. In het besluit op bezwaar is de last gehandhaafd onder matiging van de dwangsom. De last heeft betrekking hebben op het aanwezig hebben van stoffen, genoemd in het Memorandum 61, in een bedrijfshal met een Hi-ex inside air blusinstallatie. De bevoegdheid ingevolge artikel 2.9.1 van het Gebruiksbesluit heeft het aanvullende karakter van een vangnetbepaling. De rechtbank is van oordeel dat de bedrijfsmatige aanwezigheid van de in tabel 2.1.8 van het Gebruiksbesluit genoemde brandgevaarlijke stoffen niet tevens kan worden gereguleerd of worden verboden op basis van artikel 2.9.1 van het Gebruiksbesluit. Naar het oordeel van de rechtbank vormt de enkele stelling van verweerder dat de aanwezigheid van de stoffen de bestrijding van de brand kan belemmeren reeds voldoende aanleiding voor de conclusie dat het gaat om brandgevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Gebruiksbesluit. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel van dat, gelet op de aanwezige mogelijkheden binnen de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en, ten tijde van het primaire besluit, binnen de Wet milieubeheer en het Activiteitenbesluit, verweerder niet bevoegd is om met toepassing van de algemene en aanvullende bevoegdheid ingevolge artikel 2.9.1, aanhef en onder b, van het Gebruiksbesluit over te gaan tot oplegging van een last onder dwangsom. Volgt vernietiging van het bestreden besluit en herroeping van het primaire besluit.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen