Rb. 's-Hertogenbosch 14 januari 2011, ECLI:NL:RBSHE:2011:BP3063

afwijzing dwangakkoord: Van belang is dat verweerster ten tijde van de totstandkoming van de kredietovereenkomst uit ging en mocht gaan van de financiële ruimte die verzoekster toen had. Verzoekster had voldoende inkomsten om de verplichtingen uit hoofde van de kredietovereenkomst voor langere tijd na te komen. Verweerster heeft er geen rekening mee behoeven te houden dat verzoekster al op zo korte termijn geconfronteerd zou worden met een heffing van de belastingdienst, waardoor de aflossingen problematisch zijn geworden. + toepassing schuldsaneringsregeling: Bij verzoekster was op het moment van het sluiten van de kredietovereenkomst niets bekend over de later gevolgde terugvordering van de belastingdienst. De verplichtingen van verzoekster uit hoofde van de kredietovereenkomst benaderen haar maximale afloscapaciteit. Dit betekent dat verweerster het risico loopt, van welk risico zij zich bewust had kunnen zijn, dat verzoekster bij de minste financiële tegenslag (weer) in een problematische schuldensituatie zou komen te verkeren. Die situatie heeft zich, als gevolg van de teruggevorderde toeslagen, kort na de totstandkoming van de kredietovereenkomst voorgedaan. Onder dergelijke omstandigheden, kan niet gezegd worden dat verzoekster niet te goeder trouw is geweest bij het aangaan van de kredietovereenkomst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen