Rb. 's-Hertogenbosch 15 december 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BP0856
Incident - verzoek tot aanhouding van de zaak ex artikel 12 Rv. Met betrekking tot twee gedaagden lopen tevens meerdere procedures voor verschillende gerechtelijke instanties in België. In casu is niet artikel 12 Rv van toepassing, maar de artikelen 27 en 28 van de EEX-Verordening. Met toepassing van het bepaalde in artikel 6 EG-Betekeningsverordening concludeert de rechtbank dat een deel van de in België lopende procedures zijn aangebracht nà de procedure voor de rechtbank 's-Hertogenbosch. Artikel 27 EEX-Vo levert dus geen grond voor aanhouding op. Voor één van de Belgische procedures geldt dat die is aangebracht vóór de onderhavige procedure bij de rechtbank 's-Hertogenbosch. Echter ook nu geen grond voor aanhouding omdat niet is voldaan aan het vereiste van "dezelfde oorzaak" in de zin van artikel 27 EEX-Vo. Evenmin grond voor aanhouding van de procedure op grond van artikel 28 EEX-Vo. Dat artikel verleent een discretionaire bevoegdheid aan de rechter om al dan niet aan te houden ingeval van samenhang tussen voor gerechten van verschillende lidstaten aanhangige vorderingen. Of sprake is van samenhang kan in het midden blijven nu de rechtbank van oordeel is dat het beroep op aanhouding moet worden afgewezen omdat dit, gelet op de omstandigheden van het geval, niet anders kan worden begrepen dan als een vertragingstactiek van eisers in het incident.
De uitspraak op rechtspraak.nl