Rb. 's-Hertogenbosch 22 december 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BO8976

Verweerder heeft aan vergunninghoudster een vrijstelling als bedoeld in artikel 19, tweede lid, van de WRO (oud) en een bouwvergunning eerste fase verleend ten behoeve van het oprichten van 75 zorgappartementen, 18 grondgebonden woningen en een zorgcomplex met parkeergarage. De rechtbank is van oordeel dat in de ruimtelijke onderbouwing onvoldoende aandacht is besteed aan de gevolgen voor het project van het nabijgelegen bedrijventerrein. In de aanvullende onderbouwing heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat de bedrijfsvoering van een bestaand bedrijf niet verder wordt beperkt door realisering van het project, nu de hierboven genoemde verplichting om een voorziening te treffen reeds bestaat als gevolg van dichterbij gelegen aanwezige woonbebouwing. Het is echter planologisch mogelijk om in het direct ten noordoosten daarvan gelegen bedrijfsgebouw, dat dichter bij het project is gelegen dan de reeds aanwezige woonbebouwing, een bedrijf met milieucategorie 3.2 te vestigen. Het project is dan ruimschoots gelegen binnen de alsdan op basis van de VNG-brochure toepasselijke richtafstand van 50 meter tot een gemengd gebied. Verweerder heeft voorts gesteld dat de enkele toepassing van het Barim ervoor zorgt dat ter plaatse van het project een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd. Naar het oordeel van de rechtbank is deze enkele overweging onvoldoende. Niet gebleken is dat verweerder onderzoek heeft verricht naar de gevolgen voor het woon- en leefklimaat ter plaatse van het project. Derhalve is onduidelijk of een bedrijf in milieucategorie 3.2 kan voldoen aan de voorschriften van het Barim. De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat het Barim weliswaar een breed scala van milieu voorschriften biedt doch dat dit niet wegneemt dat in concrete gevallen extra belemmerende maatwerkvoorschriften moeten worden gesteld. Nu vestiging van een bedrijf in milieucategorie 3.2 in het bedrijfsgebouw op enig moment niet valt uit te sluiten, valt naar het oordeel van de rechtbank evenmin uit te sluiten dat dit bedrijf in de bedrijfsvoering wordt beperkt na realisatie van het onderhavige project. Gelet op het feit dat onduidelijk is in welke mate sprake zal zijn van enige beperking, kan niet worden volstaan met een verwijzing naar de mogelijkheid om een verzoek tot nadeelcompensatie in te dienen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen