Rb. 's-Hertogenbosch 29 september 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BN8802

Incident - vrijwaring. Als verweer aangevoerd dat nu gedaagde in de hoofdzaak ter zake hetgeen van haar gevorderd wordt een zelfstandige vordering heeft op degene die in vrijwaring moet worden opgeroepen betekent dat geen belang bestaat bij oproeping in vrijwaring. Dat verweer faalt, omdat in beginsel niets eraan in de weg staat dat ook indien ter zake een bepaalde schade een zelfstandig vorderingsrecht bestaat, deze schade niettemin wordt gevorderd in het kader van een te voeren vrijwaringsprocedure. Belangenafweging kan tot een ander oordeel leiden, maar niet in het onderhavige geval. Vrees voor tegenstrijdige beslissingen nu over hetzelfde onderwerp al een procedure loopt bij het Gerechtshof ongegrond. Discretionaire bevoegdheid rechter om in de procedure ter zake rekening en verantwoording over gevoerd bewind schade al dan niet vast te stellen maakt dat er wel belang bestaat om in het kader van de vrijwaringszaak vergoeding van die schade te vorderen. Dat de uiteindelijk in vrijwaring in te stellen vordering behoort tot de competentie van de sector kanton volgt de rechtbank niet, nu dit geheel afhangt van de wijze waarop de vordering te zijner tijd wordt ingekleed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen