Rb. 's-Hertogenbosch 24 juni 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BN0589
Duitse gedaagde; Betekeningsverordening en EET-Vo; Eiser heeft het certificaat van betekening als bedoeld in artikel 10 van de EG-Betekeningsverordening nr. 1393/2007 overgelegd. De dagvaardingstermijn ingevolge artikel 115 lid 1 Rv bedraagt vier weken. Krachtens artikel 56 lid 2 onder a jo lid 3 eerste zin Rv moet de datum van verzending door de als verzendende instantie optredende deurwaarder in aanmerking worden genomen als datum van betekening. Deze bijzondere regel wordt toegestaan door artikel 9 lid 2 BetVo. Indien de dagvaarding per brief van 14 mei 2010 aan gedaagde is toegezonden en hij is opgeroepen te verschijnen tegen de zitting van 3 juni 2010, rijst de vraag of de – formeel correcte – kennisgeving zodanig tijdig is geschied – als bedoeld in artikel 19 lid 1, slotzin Bet-Vo – dat gedaagde gelegenheid heeft gehad verweer te voeren. De betreffende periode is, zelfs indien er van uit wordt gegaan dat gedaagde de dagvaarding reeds op 14 mei 2010 heeft ontvangen, tussen moment van ontvangst en zittingsdag in ieder geval minder dan de – ook in artikel 119 Rv genoemde - vier weken en zelfs minder dan drie weken. Dit is gezien de werking van de Bet-Vo, die boven nationale regels gaat, te kort. Eiseres kan verzoeken, middels toelichting, uitvoering te geven aan artikel 19 lid 2 BetVo. Als de te hanteren termijn als bedoeld in artikel 19 lid 1 sub b BetVo zal dan worden uitgegaan van zes maanden. Ten aanzien van het verzoek het vonnis te waarmerken als Europese Executoriale Titel, ingevolge de Verordening (EG) nr. 805/2004. Op grond van artikel 6 lid 1 sub d van de EET-Vo dient de beslissing waarvan waarmerking wordt verzocht te zijn gegeven in de lidstaat van de woonplaats van de schuldenaar in de zin van artikel 59 van de EEX-Vo (EG 44/2001), indien sprake is van een consument. Uit de dagvaarding is de kantonrechter voorshands gebleken dat de in deze zaak mogelijk niet voldaan is aan artikel 6 lid 1 aanhef en onder sub d EET-Vo, omdat gedaagde mogelijk als consument heeft gehandeld.Een eventueel te nemen beslissing, na ambtshalve toetsing van de rechtsmacht van de Nederlandse rechter, van de bevoegdheid van de kantonrechter te Eindhoven en na vaststelling van het toepasselijke recht op basis van het daartoe aangevoerde, zal alsdan niet worden afgegeven in de lidstaat van de woonplaats van de schuldenaar.
De uitspraak op rechtspraak.nl