Rb. 's-Hertogenbosch 4 maart 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BM1632

Overeenkomst tussen Tele2Nederland BV en consument terzake een Goldpakket voor 20 MB internet en TV via internet. Hierop is van toepassing het (consumenten)recht voor een koop op afstand ingevolge de artikelen 7:46a e.v. BW. Artikel 7:46i betreft het verrichten van diensten. Hierin wordt door middel van verwijzing naar oa lid c van dat artikel bepaald dat in casu Tele2 een informatieplicht heeft terzake de kenmerken van de zaak en de al dan niet aanwezige mogelijkheid van ontbinding van de overeenkomst. Deze specifieke informatie dient na het sluiten van de overeenkomst schriftelijk aan de klant te worden verstrekt op een duidelijke en begrijpelijke wijze. Ontbreekt deze informatie dan komt de klant het recht op ontbinding van de overeenkomst toe gedurende de termijn als in artikel 7:46d lid 1 BW bedoeld. Consument stelt dat hij bij het sluiten van de overeenkomst telefonisch uitdrukkelijk heeft aangegeven 2 decoders te wensen. Tele2 betwist dit. De kantonrechter overweegt dat Tele2 niet aan voornoemde informatieplicht heeft voldaan, zij heeft bewust in het geheel geen schriftelijke informatie verstrekt. Hierdoor is de consument de kans ontnomen om te verifieren of de telefonisch gemaakte afspraken door Tele2 juist zijn opgenomen in de overeenkomst. Indien dit wel het geval zou zijn geweest had de consument kunnen constateren dat de overeenkomst zoals door Tele2 genoteerd afweek van de telefonisch gemaakte afspraken, althans van de bedoelingen van de consument, en had deze aan de hand van deze informatie kunnen beslissen of hij al dan niet de overeenkomst had geaccepteerd. Consument heeft nu evenmin gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om de overeenkomst gedurend zeven dagen na ontvangst zonder opgave van redenen te ontbinden. Consument heeft ter comparitie gesteld dat hij indien hij was geinformeerd dat een tweede decoder niet mogelijk was, hij gebruik van zijn bevoegdheid tot ontbinding zou hebben gemaakt. Nu Tele2 door haar stelselmatig gedrag de doelstellingen van artikelen 7:46a ev BW volledig ontwijkt kan zij, gezien de beschermingsratio van genoemde bepalingen als te interpreteren in het licht van Richtlijn 97/71/EG en gezien HvJ 17 december 2009 inzake Martin Martin (LJN BK7889, C-227/08) r.o. 35, zich naar eisen van redelijkheid en billijkheid in de gegeven omstandigheden niet beroepen op het verstrijken van de drie maanden termijn van artikel 7:46d lid 1 BW. Aan de consument moet derhalve alsnog de mogelijkheid van ontbinding worden toegekend en zijn mededeling ter comparitie moet als zodanig worden geduid. Nu de consument omweersproken heeft gesteld géén televisiesignaal of internetverbinding van Tele2 te hebben gebruikt en Tele2 voorts heeft erkend dat de consument géén telefoongesprekken ten koste van Tele2 heeft gevoerd, staat artikel 7:46d lid 2 BW niet aan ontbinding in de weg. Overeenkomst dient als ontbonden te worden beschouwd. Consument is niets aan Tele2 verschuldigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen