Rb. 's-Hertogenbosch 8 april 2010, ECLI:NL:RBSHE:2010:BM1260
Varde heeft deze vordering van Dexia overgenomen, nadat een vaststellingsovereenkomst tussen gedaagde en Dexia tot stand was gekomen en gedaagde niet tot betaling van de restschuld is overgegaan. Gedaagde heeft niet tijdig een opt-out verklaring afgelegd. Hierdoor is gedaagde gebonden aan de WCAM-overeenkomst en kan hij zich niet meer beroepen op feiten of omstandigheden die hebben plaatsgevonden vóór deze vaststellingsovereenkomst. Hetgeen zich hierna heeft afgespeeld, zijnde financieel onvermogen van gedaagde, kan niet leiden tot afwijzing van de vordering van Varde. Het beroep van gedaagde op artikel 1:88 jo 1:89 BW, dat zijn partner de overeenkomst niet mede had ondertekend, kan ook niet leiden tot een ander oordeel. Gedaagde was met zijn partner niet gehuwd, noch voerde zij een geregistreerd partnerschap, maar zij hadden 'slechts' een samenlevingscontract gesloten. Dat contract valt niet onder de strekking van 1:88 jo 1:89 BW.
De uitspraak op rechtspraak.nl