Rb. 's-Hertogenbosch 18 november 2009, ECLI:NL:RBSHE:2009:BL5226
Ontbindingsverzoek arbeidsovereenkomst door werkneemster na verkrijging ontslagvergunning en opzegging door werkgeefster. Art. 7:685 BW. Het stond werkneemster vrij om te kiezen voor de ontbindingsprocedure, ook op het moment dat door het UWV Werkbedrijf reeds een vergunning was verstrekt en deze was benut voor een opzegging. Artikel 7:685 BW bepaalt niet voor niets dat ieder der partijen te allen tijde bevoegd is om zich tot de kantonrechter te wenden. Het is voorts een feit van algemene bekendheid dat ook werkgevers de afgelopen jaren de weg van artikel 7:685 BW wisten te vinden wanneer men een arbeidsovereenkomst wenste te beëindigen met een werknemer aan wie de arbeidsovereenkomst niet kon worden opgezegd, en de mogelijkheid van ontbinding in hun belang was. De kantonrechter vermag dan ook niet in te zien waarom in dit geval werkneemster door een wettelijk geboden mogelijkheid te kiezen 'misbruik van procesrecht' zou maken. Dit klemt temeer omdat de weg van artikel 7:685 BW rechtstreeks voert tot een beoordeling door een onafhankelijke rechter als bedoeld in artikel 6 EVRM, terwijl de UWV Werkbedrijf-procedure primair leidt tot beoordeling door een qua samenstelling onbekende ontslagcommissie die niet voldoet aan artikel 6 EVRM.
De uitspraak op rechtspraak.nl