Rb. 's-Hertogenbosch 5 november 2009, ECLI:NL:RBSHE:2009:BK4626

Vervolg op LJN: BK4625.WCK-zaak. Bevoegdheid Nederlandse rechter. Artikel 17 lid 3 EEX-Vo. Uit de overgelegde overeenkomst blijkt volgens de kantonrechter dat ten tijde van het sluiten van de onderhavige overeenkomst in november 2003, zowel eiseres als gedaagde in Nederland te Eindhoven was gevestigd, respectievelijk woonachtig was. De kantonrechter acht zich dan ook bevoegd het onderhavige geschil te beoordelen, nu het een in Nederland gesloten geldleningovereenkomst betreft waarbij ten tijde van het sluiten van de overeenkomst zowel de consument en de kredietgever beiden hun woonplaats in Nederland hadden. Aldus is voldaan aan artikel 17 lid 3 EEX-Vo (zie onderdeel 2.3.). Nu gedaagde inderdaad consument blijkt te zijn, zal de verzochte waarmerking van het vonnis ingevolge de EET-Vo worden afgewezen, nu het verstekvonnis niet wordt afgegeven in de lidstaat waar gedaagde woonachtig is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen