Rb. 's-Hertogenbosch 23 oktober 2009, ECLI:NL:RBSHE:2009:BK2264
Samenvatting zaken AWB 09/3260 en 09/3397 Voorlopige voorziening. Monumentenvergunning en bouwvergunning voor het veranderen van een gemeentelijk monument. Artikel 6, tiende lid, tweede en derde volzin, van de Monumentenverordening ’s-Hertogenbosch 2002 zijn onverbindend wegens strijd met artikel 112, tweede lid, van de Grondwet. De mogelijkheid tot het creëren van een rechtsgang is voorbehouden aan de formele wetgever. Verzoek tot opheffen van de schorsende werking van het bezwaar tegen de monumentenvergunning is niet-ontvankelijk. Gelet op de nauwe samenhang van de eerste volzin met de tweede en derde volzin van genoemd artikellid, is artikel 6, tiende lid, van de Monumentenverordening ’s-Hertogenbosch 2002 in zijn geheel onverbindend. Bezwaar tegen de monumentenvergunning heeft geen schorsende werking. Verweerder heeft monumentenvergunning in redelijkheid kunnen verlenen. Verzoek tot het schorsen van de monumentenvergunning afgewezen. Voor zover het bouwplan op onderdelen strijdig is met het Bouwbesluit 2003, is artikel 40a van de Woningwet in samenhang met artikel 4, tweede en derde lid, van het Besluit indieningsvereisten aanvraag bouwvergunning (Biab) van toepassing. Gegevens en bescheiden met betrekking tot die onderdelen mochten op een later tijdstip worden aangeleverd. Toetsing van die onderdelen van het bouwplan aan het Bouwbesluit hoefde niet voorafgaand aan het verlenen van de bouwvergunning plaats te vinden. Bouwvergunning naar voorlopig oordeel terecht verleend. Verzoek tot het schorsen van de bouwvergunning afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl