Rb. 's-Hertogenbosch 14 april 2009, ECLI:NL:RBSHE:2009:BI0747

Verdachte is veroordeeld voor oplichting. Door zijn bedrieglijke manier van presenteren en voorstelling van zaken heeft hij een viertal personen financieel benadeeld. De rechtbank legt, rekening houdend met een overschrijding van de redelijke termijn in de zin van artikel 6 van het EVRM, een werkstraf van 228 uur met aftrek van voorarrest en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 6 maanden op. In verband met het faillissement van verdachte kunnen de betreffende benadeelde partijen die zich in het strafproces hebben gevoegd ingevolge artikel 26 van de Fw in de vordering tot schadevergoeding niet ontvangen worden nu de vorderingen vóór het faillissement is ontstaan; dergelijke vorderingen kunnen uitsluitend ter verificatie bij de curator worden ingediend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen