Rb. 's-Hertogenbosch 13 november 2008, ECLI:NL:RBSHE:2008:BG5424
Ingevolge artikel 46, vierde lid, van de Woningwet, zoals dit na 1 juli 2008 geldt, dient de aanvraag om bouwvergunning die tevens wordt aangemerkt als een aanvraag om ontheffing (3.23 Wro) te worden voorbereid overeenkomstig afd. 3.4 van de Awb. Niet is komen vast te staan dat verweerder de aanvraag om bouwvergunning daadwerkelijk ter inzage heeft gelegd, zodat verweerder een essentieel onderdeel van de te volgen procedure onjuist heeft toegepast. Vernietiging van het bestreden besluit. Aanleiding voor de voorzieningenrechter om (in verband met toepassing van artikel 8:86 Awb) te bekijken of de rechtsgevolgen in stand kunnen blijven.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 19 Wet op de Ruimtelijke Ordening
- Artikel 44 Wonw
- Artikel 46 Wonw
- Artikel 3:11 Awb
- Artikel 3:15 Awb
- Artikel 3:18 Awb
- Artikel 8:72 Awb
- Artikel 8:81 Awb
- Artikel 8:83 Awb
- Artikel 8:86 Awb
- Artikel 3.23 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.24 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.40 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.41 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 3.42 Wet ruimtelijke ordening
- Artikel 4.1.1 Besluit ruimtelijke ordening