Rb. 's-Hertogenbosch 28 oktober 2008, ECLI:NL:RBSHE:2008:BG4976
Eiser heeft een stoornis in het autistisch spectrum. Hij zit op het regulier onderwijs en heeft een laptop aangevraagd, omdat zijn handschrift bij het snel schrijven van grote hoeveelheden tekst niet leesbaar is. Bovendien heeft hij een laptop nodig als agenda en “reminder” door in te plannen “piepmomenten”. Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat weliswaar sprake is van een motorische stoornis, maar deze is onderliggend en niet voorliggend. Daarom is geen sprake van een schrijfstoornis en is niet voldaan aan de voorwaarde in de Regeling computervoorzieningen in het onderwijs 1999 (verweerders beleid terzake) dat de voorziening dient ter vervanging van pen en papier. Voor zover de laptop is aangevraagd ter vervanging van pen en papier overweegt de rechtbank dat het haar niet duidelijk is waarom eiser niet onder de in de Regeling genoemde categorie motorisch gehandicapten valt, nu in het beleid geen onderscheid wordt gemaakt tussen voorliggende en onderliggende motorische stoornissen. Als al zou moeten worden aangenomen dat eiser niet onder deze categorie valt, moet hij worden geschaard onder de in de Regeling genoemde categorie “Overige gehandicapten”. Verweerder moet dan toetsen aan de voorwaarden die de Centrale Raad van Beroep in zijn uitspraak van 4 juli 2007 (LJN: BB0029) stelt. Voor zover de laptop is aangevraagd als agenda en reminder wijst de rechtbank op de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 10 april 2003 (LJN: AF8629). Het gaat dan om een niet in de Regeling verdisconteerde voorziening die verweerder op zijn eigen merites moet toetsen aan artikel 2.17 van de Wet invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet IWIA).
De uitspraak op rechtspraak.nl