Rb. 's-Hertogenbosch 17 oktober 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BB7378
Onverkorte betalingsplicht van hoge Wav-boete na primair besluit en lange duur van procedure in bezwaar en (hoger) beroep levert tot het moment waarop (on)schuld in rechte vast komt te staan schending op van artikel 6, tweede lid, van het EVRM. Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter zal de onverkorte betalingsplicht van een hoge Wav-boete tot onmiddellijke en onevenredige financiële lasten leiden in de - naar verwachting lange - periode tussen boeteoplegging en het moment dat de (on)schuld van verzoekster in rechte vast zal komen te staan. Het direct invorderen van het boetebedrag onder deze specifieke omstandigheden is in strijd met de in artikel 6, tweede lid, van het EVRM neergelegde onschuldpresumptie. Nu de mogelijkheid van het direct invorderen van het boetebedrag rechtstreeks voortvloeit uit het boetebesluit, ziet de voorzieningenrechter aanleiding dit besluit te schorsen.
De uitspraak op rechtspraak.nl