Rb. 's-Hertogenbosch 17 april 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BA7676
Verzoekster werkt sinds 1 mei 2000 bij de werkgever, laatstelijk als telefoniste/receptioniste tegen een brutosalaris van € 1.704,80 per maand. Verzoekster is thans 56 jaar oud. Wegens bezuinigingsmaatregelen heeft de werkgever besloten over te gaan tot invoering van het Voice Over Internet Protocol, waardoor de functie van telefoniste komt te vervallen. Dit is op 9 januari 2007 aan verzoekster aangezegd, waarna een procedure bij de CWI is begonnen. Verzoekster heeft vervolgens verzocht om een concreet stappenplan waarin is aangegeven op welke wijze de werkgever haar wil begeleiden naar ander werk. Dit heeft de werkgever geweigerd, waarna verzoekster ontbinding heeft gevraagd van haar arbeidsovereenkomst met toepassing van de kantonrechtersformule met C = 2. De kantonrechter stelt vast dat de arbeidsovereenkomst dient te worden ontbonden nu beide partijen streven naar beëindiging. Het verweer van de werkgever dat verzoekster de ontslagprocedure via de CWI dient af te wachten en daarna op grond van art. 7:681 BW schadevergoeding dient te vorderen, wordt verworpen. Hoewel de wetgever een voorkeur had voor de CWI-procedure, heeft hij ervoor gekozen om geen onderlinge rangorde te bepalen tussen deze procedure en de ontbindingsprocedure. Het stond verzoekster derhalve vrij om te kiezen voor de ontbindingsprocedure. Dit geldt temeer omdat de weg van art. 7:685 BW rechtstreeks voert tot een beoordeling door een onafhankelijke rechter als bedoeld in art. 6 EVRM, terwijl de CWI-procedure primair leidt tot beoordeling tot een qua samenstelling onbekende ontslagcommissie die niet voldoet aan art. 6 EVRM. Niet voor niets ligt de CWI-procedure onder vuur en loopt er een onderzoek van de Nationale ombudsman. Ook de procedures zijn verschillend en het recht op een vergoeding is verschillend. Gewone rechtsmiddelen staan niet open zodat partijen snel weten waar zij aan toe zijn. De werkgever heeft onzorgvuldig jegens verzoekster gehandeld door het stappenplan te weigeren en haar op een laat tijdstip te informeren. In verband met de bedrijfseconomische problemen bij de werkgever wordt de correctiefactor op C = 1 gesteld. Daarnaast wordt geen rekening gehouden met de leeftijd van verzoekster, nu zij op 49-jarige leeftijd in dienst is getreden.
De uitspraak op rechtspraak.nl