Rb. 's-Hertogenbosch 16 maart 2007, ECLI:NL:RBSHE:2007:BA2102

Toepassing van het bepaalde in artikel 8, eerste lid, artikel 10, tweede lid, en artikel 11 van de AOW in samenhang met het bepaalde in de artikelen 7 en 8 van het Inkomensbesluit AOW 1996 (de inkomensafhankelijke toeslag) leidt niet tot schending van het recht op familie- of gezinsleven als bedoeld in artikel 8 van het EVRM. Immers, niet in geschil is dat tussen eiser en zijn echtgenote familie- of gezinsleven bestaat en dat zij dat recht op familie- of gezinsleven ook daadwerkelijk hier ten lande uitoefenen. De rechtbank vermag niet in te zien dat het toepassen van artikel 8, eerste lid, van de AOW door verweerder leidt tot een verboden inmenging, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, van het EVRM. Voorts vermag de rechtbank niet in te zien dat er wel sprake is van schending van het discriminatieverbod als bedoeld in artikel 14 van het EVRM als ook artikel 1, tweede lid, van het Twaalfde Protocol van het EVRM, nu de regeling ter zake van de inkomensafhankelijke toeslag in het kader van de AOW blijkens vaste jurisprudentie van de CRvB geen schending oplevert met het in artikel 26 van de IVBPR neergelegde discriminatieverbod.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen