Rb. 's-Hertogenbosch 4 augustus 2006, ECLI:NL:RBSHE:2006:AY6074
Uit jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) vloeit voort "dat het horen van iemand die de Nederlandse taal niet machtig is op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel in aanwezigheid van een persoon dient plaats te vinden die bekwaam is als tolk te fungeren. Deze waarborg reikt echter niet zo ver dat die persoon een beëdigd tolk dient te zijn." Nu eiseres in bezwaar is gehoord zonder aanwezigheid van een tolk/vertaler, terwijl uit het verslag van de hoorzitting blijkt dat eiseres de Nederlandse taal onvoldoende machtig was, is niet aan de eisen die in het algemeen aan het horen worden gesteld voldaan. In casu had op aanwijzing van verweerder gebruik moeten worden gemaakt van de diensten van een tolk, zie artikel 18 van het Reglement behandeling bezwaarschriften UWV 2005. Nu dit niet is gebeurd is het zorgvuldigheidsbeginsel geschonden. Ook de daaropvolgende rapportage van de bezwaarverzekeringsarts is onzorgvuldig en voorts onvoldoende gemotiveerd. Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 en 7:12 van de Awb, doch de rechtsgevolgen worden in stand gelaten aangezien de bezwaarverzekeringsarts in beroep alsnog zorgvuldig onderzoek verricht en afdoende motiveert waarom eiseres in staat is per 17 december 2005 (haar eigen) arbeid te verrichten.
De uitspraak op rechtspraak.nl