Rb. 's-Hertogenbosch 16 november 2004, ECLI:NL:RBSHE:2004:AR6310

Oplegging gedoogplicht o.g.v. Belemmeringenwet privaatrecht (Bp). Gerechtshof heeft alle grieven betreffende de toetsingsgronden van artikel 4, eerste lid, van de Bp behandeld, behoudens mandaatkwestie. Bezwaar terecht kennelijk n.o. verklaard. Hoofd afdeling Bestuurlijke en Juridische zaken was bevoegd namens de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in ondermandaat de gedoogplicht op te leggen. Aard en inhoud van gedoogplicht verzetten zich niet tegen mandaatverlening. Ook beslissing op bezwaar is bevoegd in ondermandaat genomen. Uitspraak in hoger beroep vernietigd; LJN AT9247.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen