Rb. 's-Hertogenbosch 5 maart 2002, ECLI:NL:RBSHE:2002:AE1006

Houtsmullertherapie voldoet niet aan criterium van doelmatige zorgverlening, aangezien dit een niet-rationele therapie is. Verweerder heeft eiseresses verzoek om vergoeding van merendeel magistraal bereide middelen, die waren voorgeschreven in het kader van niet-toxische tumortherapie (Houtsmullertherapie) afgewezen. Verweerder heeft daarbij overwogen dat de Houtsmullertherapie niet is aan te merken als een rationele therapie. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat de werkzaamheid en effectiviteit van de Houtsmullertherapie vooralsnog niet is gebleken uit wetenschappelijke literatuur en dat op grond van dat criterium deze therapie niet kan worden aangemerkt als een rationele therapie. Derhalve terechte afwijzing van vergoeding van de kosten van deze therapie wegens niet voldoen aan het criterium van doelmatige zorgverlening van art. 2.3 Verstrekkingenbesluit (Vb). Voorts heeft verweerder, anders dan eiseres stelt, het bestreden besluit toereikend gemotiveerd. Immers, van verweerder kan in gevallen als het onderhavige niet worden gevergd eerst in ieder afzonderlijk geval zelf onderzoek te doen naar de werking van betreffende middelen. Wel dient verweerder zich te baseren op adviezen die zijn ingewonnen bij de daartoe in het leven geroepen adviesorganen. In casu heeft verweerder het besluit gebaseerd op het advies van het College van zorgverzekeringen. Eiseresses beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt evenmin. Zij duidt hierbij op een passage in het bestreden besluit inhoudend dat de nota's voor magistrale receptuur worden vergoed met dien verstande dat dit in de toekomst, wanneer de overheid de regelgeving heeft verfijnd en aangescherpt, niet zonder meer mogelijk zal zijn.Verweerder heeft in het besluit aangegeven dat naar een oplossing werd gezocht voor een juridisch probleem, t.w. dat er geen sluitende regelgeving was om bepaalde magistraal bereide producten van aanspraak op vergoeding uit te sluiten. Naar het oordeel van de rechtbank kon eiseres er slechts op vertrouwen dat, zo lang geen juridische oplossing was gevonden voor dit probleem, de door haar ingediende nota’s zouden worden vergoed. Uiteindelijk bleek volgens verweerder de oplossing niet gelegen in nieuwe regelgeving, maar in toepassing van een reeds bestaande wettelijke bepaling, te weten art. 2.3 Vb, en van het in dat kader ontwikkelde inzicht. Naar het oordeel van de rechtbank kon eiseres niet van verweerder verwachten, dat deze op grond van de hierboven aangehaalde passage was gehouden, voornoemd artikel uit het Vb buiten toepassing te laten en de nota’s van eiseres te blijven vergoeden, tot het moment dat de regelgeving zou worden gewijzigd. Beroep ongegrond. Uitspraak in hoger beroep vernietigd; LJN AM2834 Bestuur van de Stichting Centrale Zorgverzekeraars (CZ), groep Ziekenfonds, verweerder. mrs. P.J.H. van Dellen, A.W. Govers, H.M.H. de Koning

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen