Rb. 's-Hertogenbosch 18 augustus 2000, ECLI:NL:RBSHE:2000:AA7136

Eisers hebben een aanvraag ingediend ter verkrijging van subsidie op grond van de Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS (Stcrt. 1998, nr. 245). De aanvraag is namens verweerder afgewezen op de grond dat eisers reeds uit anderen hoofde subsidie is toegezegd inzake de beëindiging of verplaatsing van het bedrijf en de aanvraag niet in aanmerking komt voor toepassing van artikel 5, tweede lid, van de Regeling. "Verlenen" ex art. 5.1.e Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS is niet tevens betaling en en "verstrekt" ex art. 5.2 van deze regeling dient te worden uitgelegd als "verleend" en niet als "betaald". Afwijzing subsidie op grond van Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS omdat reeds uit anderen hoofde subsidie is toegezegd inzake de beëindiging of verplaatsing van het varkensbedrijf en de aanvraag niet in aanmerking komt voor toepassing van art. 5.2 van de regeling. Wat betreft de uitleg van het begrip "verlenen" ex art. 5.1.e van de regeling moet aansluiting worden gezocht bij het bepaalde in titel 4.2 Awb. Dit betekent dat onder verlening niet tevens betaling moet worden verstaan. Verweerder heeft terecht gesteld dat sprake is van een uit anderen hoofde verleende subsidie. Geen sprake van een situatie waarop de uitzonderingsgrond van art. 5.2 van de regeling van toepassing is, d.w.z. een situatie waarin een aanvraag tot subsidieverlening uit anderen hoofde is ingediend die op het moment dat de Regeling in werking trad (14-01-1999) nog niet was verstrekt. "Verstrekt" ex art. 5.2 van de regeling dient niet te worden uitgelegd als "betaald" maar als ""verleend". Terechte weigering subsidie. Beroep op gelijkheids- en vertrouwensbeginsel moet falen. Deze uitspraak is bevestigd door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bij uitspraak van 19 april 2001, nr. 200004562/1 (niet opgenomen).

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen