Rb. 's-Gravenhage 19 december 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8705

militair ambtenarenrecht Bij Koninklijk Besluit (KB) is eiser ontslag verleend op grond van artikel 39, tweede lid, aanhef en sub l, van het Algemeen Militair Ambtenarenreglement (AMAR). Gelet op artikel 8 van de Militaire Ambtenarenwet 1931 (MAW) heeft de rechtbank de behandeling van het beroep aangehouden, in afwachting van het in rechte vaststaan van de strafrechtelijke veroordeling van eiser wegens valsheid in geschrift. Eiser is door de rechtbank Haarlem tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf vanwege het plegen van valsheid in geschrift veroordeeld. Het Gerechtshof Amsterdam heeft eiser in hoger beroep veroordeeld tot onvoorwaardelijke gevangenisstraf in verband met valsheid in geschrift. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van eiser vervolgens verworpen. Met het arrest van de Hoge Raad staat op grond van artikel 8 van de MAW vast dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan de hem verweten gedragingen, die de kwalificatie van wangedrag rechtvaardigen. Het ontslag is niet onevenredig aan de aard en ernst van het verweten wangedrag.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen