Rb. 's-Gravenhage 12 december 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6013

Geven van nadere aanwijzingen op grond van de artt. 5 en 6 van de Wet openbare manifestaties (Wom) de door middel van een tentenkamp gehouden manifestatie “Wij blijven hier Den Haag” met ingang van 13 december 2012 wordt beperkt: - slapen/overnachten in de openbare ruimte is niet toegestaan; - het terrein moet tussen 22.00 uur en 06.00 uur worden verlaten; - het kampement moet worden beëindigd. In de Memorie van Toelichting bij art. 2 van de Wom (TK, vergaderjaar 1985-1986, 19 427, nr. 3) is vermeld dat de belangen genoemd in art. 2 dezelfde zijn als die genoemd in de artt. 6, lid 2 en 9, lid 2 van de Grondwet. De gegeven beperkingsbevoegdheden voor manifestaties op openbare plaatsen zijn ruimer dan die voor manifestaties op niet-openbare plaatsen. Bij het recht tot betogen op openbare plaatsen kan onderscheid worden gemaakt tussen het gemeenschappelijk in de openbaarheid brengen van een standpunt en het middel waarmee het standpunt wordt verspreid. Het eerste betreft de kern van het recht tot betogen; het tweede is daaraan connex. Het verspreidingsrecht ziet op de modaliteiten van betogen. Voor zover het door een tentenkamp bezetten van een plaats in de openbare ruimte beschouwd mag worden als een zelfstandig middel van betogen dan wel hulpmiddel waarmee het collectief uit te dragen standpunt wordt ondersteund, kan dit recht als connex recht aan verdergaande beperkingen worden onderworpen dan het kernrecht. Volgens bestendige jurisprudentie (bijv. ABRvS 5 januari 1996, AB 1996, 179, LJN: AN5002) mag een beperking van het connexe recht: 1) geen verband houden met de inhoud van de betoging; 2) dient zij noodzakelijk te zijn met het oog op de belangen die de wettelijke regeling waarop de beperking rust beoogt te dienen en mag zij niet verder gaan dan met het oog op de bescherming van die belangen strikt nodig is; en 3) mag zij niet zo ver gaan dat van het connexe recht geen gebruik van betekenis overblijft. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de tekst van art. 9, lid 1 van de Grondwet, noch de tekst van de Wom en hun totstandkomingsgeschiedenis een aanknopingspunt bevat voor de juistheid van het betoog van verzoeker dat een aanwijzing of verbod als hier aan de orde slechts kan worden gegeven indien de belangen van anderen (derden) dan de manifestanten in het geding zijn, behoudens de situatie dat de overheid een manifestant tegen zichzelf moet beschermen, omdat er sprake is van geestelijk onvermogen. De verantwoordelijkheid van de burgemeester voor de belangen van bescherming van de gezondheid en bestrijding of voorkoming van wanordelijkheden strekt zich ook uit over de manifestanten. Op grond van art. 5, lid 1, en art. 6 van de Wom heeft de burgemeester bij zijn bevoegdheid tot het stellen van beperkingen aan een betoging en het geven van aanwijzingen beoordelingsvrijheid. Het gebruik van die bevoegdheid moet de voorzieningenrechter daarom met terughoudendheid toetsen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen vaststellen dat het betogen door middel van het tentenkamp risico’s voor de gezondheid met zich brengt. Voorts heeft verweerder naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter in redelijkheid kunnen concluderen dat er vrees voor wanordelijkheden bestaat. Verweerder heeft bij herhaling geconstateerd dat er niet wordt voldaan aan de afspraken, beperkingen en uitspraken van de voorzieningenrechter. Hier komt bij dat is gebleken dat het aantal slaapplaatsen en het aantal personen sinds 19 september 2012 aanzienlijk is toegenomen. Inmiddels verblijven ’s nachts meer dan 70 personen op de Koekamp. Verweerder heeft gelet op het voorgaande in redelijkheid aan de betoging beperkingen mogen verbinden, welke de toets aan de genoemde criteria kunnen doorstaan. Er bestaat geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen