Rb. 's-Gravenhage 6 november 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY4950
Eisers: uit de besluitvorming tot oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel ex artikel 56 Vw en de daarmee gepaard gaande overplaatsing naar [plaats] blijkt niet dat de belangen van eisers een rol hebben gespeeld. Eisers verblijven reeds 4,5 jaar in [plaats]. Zij zijn daar ingeschreven in de GBA en hun kinderen gaan op school in [plaats]. Op 15 maart 2012 zijn de vergunningen tot verblijf van eisers ingetrokken. Voor eisers is thans een herhaalde asielprocedure in beroep aanhangig. Dit beroep is kansrijk. Voorts is in het regeerakkoord, zoals dat op 29 oktober 2012 bekend is gemaakt, een kinderpardonregeling aangekondigd. De kinderen vallen waarschijnlijk in de termen van die regeling. Het ligt daarom niet voor de hand dat eisers daadwerkelijk zullen worden uitgezet. Overplaatsing naar een uitzetlocatie is om die reden onredelijk. De rechtbank: de in de bestreden besluiten weergegeven omstandigheden die verweerder in het kader van de openbare orde tevens van belang acht, zijn onvoldoende voor het oordeel dat het belang van de openbare orde het opleggen van onderhavige maatregel aan eisers vordert. Voormelde door verweerders gemachtigde ter zitting gegeven toelichting hierop noch het gegeven dat eisers geen recht (meer) hebben op reguliere opvang leiden tot een ander oordeel. Voorts geven de besluiten en de stukken geen blijk van een kenbare belangenafweging en verweerder heeft ter zitting ook geen duidelijkheid kunnen geven over de vraag of een dergelijke belangenafweging heeft plaatsgevonden. Conclusie is dat verweerder de bestreden besluiten onvoldoende zorgvuldig heeft voorbereid en niet deugdelijk heeft gemotiveerd. Gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl