Rb. 's-Gravenhage 22 oktober 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1835
Wrakingsverzoek. De rechter heeft in beschikking niet beslist op het verzoek te bepalen dat de opname van verzoekster in psychiatrisch ziekenhuis onrechtmatig is. Uit de beschikking blijkt ook niet dat de beslissing op het verzoek is aangehouden. De overwegingen in de beschikking lijken naar het oordeel van de wrakingskamer veeleer in te houden dat de beslissing wordt aangehouden om nadere informatie te krijgen over de inhoudelijke aspecten van de zaak en niet met betrekking tot de formele aspecten van de zaak. Gelet hierop is de wrakingskamer van oordeel dat bij verzoekster de vrees kon ontstaan dat de rechter haar stelling niet heeft gehoord dan wel niet heeft willen horen en dat de rechter op haar verzoek te bepalen dat de opname onrechtmatig is niet zou beslissen. Nu de rechter naar het oordeel van de wrakingskamer de stellingen van verzoekster verkeerd heeft weergegeven en niet heeft beslist op of geoordeeld over het verzoek te bepalen dat de opname onrechtmatig was, terwijl voor verzoekster ook niet duidelijk was dat de rechter nog zou beslissen op dat verzoek, is de bij verzoekster ontstane vrees dat de rechter jegens haar een vooringenomenheid koestert objectief gerechtvaardigd. Eerste wrakingsverzoek wordt dan ook toegewezen. Ten overvloede merkt de wrakingskamer op dat verzoekster ontvankelijk is in het tweede wrakingsverzoek, maar dat dit verzoek niet slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 37 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 39 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 284 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 430 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 14d Wet BOPZ
- Artikel 14e Wet BOPZ
- Artikel 53 Wet BOPZ
- Artikel 5 EVRM
- Artikel 6 EVRM