Rb. 's-Gravenhage 10 oktober 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1536
Verweerder heeft, na het doorlopen van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 Awb, een omgevingsvergunning verleend voor planologisch strijdig gebruik in de zin van art. 2.1 lid 1 aanhef en onder c Wabo. De Rb. oordeelt dat de in art. 3.12 lid 2 Wabo opgenomen verplichtingen ten aanzien van de publicatie van de kennisgeving gelden in aanvulling op de in art. 3:12 Awb opgenomen verplichtingen. In de memorie van toelichting bij de Wabo (Kamerstukken II 2006/2007, 30 844, nr. 3, p. 127) is ten aanzien van art. 3.12 Wabo het volgende opgenomen: “Dit artikel bevat enkele aanvullingen ten opzichte van afdeling 3.4 van de Awb. De in het tweede lid, onder a, opgenomen verplichting tot plaatsing van het ontwerp van de beschikking op de aanvraag in de Staatscourant is een aanvulling op de overeenkomstige verplichting van artikel 3:12 van de Awb.” Voorts blijkt uit de wetsgeschiedenis niet dat de wetgever heeft beoogd een wijziging aan te brengen in de voordien geldende publicatievereisten. De omgevingsvergunning voor planologisch strijdig gebruik in de zin van art. 2.1 lid 1 aanhef en onder c Wabo die slechts op grond van art. 2.12 lid 1 aanhef en onder a sub 3 Wabo kan worden verleend, betrof voor de invoering van de Wabo het projectbesluit, opgenomen in art. 3.10 Wro. De kennisgeving van een projectbesluit diende ingevolge art. 3.11 Wro te worden bekendgemaakt overeenkomstig art. 3.12 Awb en tevens diende deze kennisgeving in de Staatscourant te worden geplaatst en voorts langs elektronische weg te geschieden.
De uitspraak op rechtspraak.nl