Rb. 's-Gravenhage 20 september 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9557
Afwijzing aanvraag vergoeding woonkosten door het COA. Volgens verweerder voldoen eisers niet aan de vereisten van administratieve plaatsing voor vergoeding van verblijf in een reguliere woning buiten de centrale opvang en is ook geen sprake van een uitzonderlijke situatie waarin vanwege medische redenen verblijf in een opvangvoorziening inhumaan of schadelijk voor de gezondheid van de asielzoeker wordt geacht. De rechtbank overweegt dat, gelet op de tekst van artikel 13, tweede lid, van de Rva 2005 en de toelichting daarop, verweerder daarbij een zekere beoordelingsvrijheid toekomt en de rechtbank deze beoordeling terughoudend dient te toetsen. Verweerder heeft in zijn besluit verwezen naar het Sociaal Medisch Advies van 18 november 2011, waarin de arts van GGD Brabant-Zuidoost het risico van zelfmoord door de zoon van eisers reëel acht en heeft aangegeven dat diverse factoren dit risico nog verder verhogen. De rechtbank volgt eisers niet in hun stelling dat verblijf in een azc niet voldoet aan de voorwaarden van het SMA. Gelet hierop heeft verweerder geen toepassing hoeven geven aan artikel 13, tweede lid, van de Rva 2005 en heeft van eisers kunnen verlangen dat zij gebruik maken van een opvangvoorziening op een azc.
De uitspraak op rechtspraak.nl