Rb. 's-Gravenhage 19 juli 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6045
De rechtbank is van oordeel dat verweerder geen gevolg heeft gegeven aan een eerdere uitspraak van deze rechtbank van 15 februari 2011. Nu daarin is overwogen dat de gevraagde verlenging van de verblijfsvergunning ten onrechte is geweigerd en de ter beslissing voorgelegde zaak de verlenging van de vergunning “verblijf bij partner” betrof, stond het verweerder, omdat tegen deze uitspraak geen rechtsmiddelen zijn aangewend, niet vrij om aan eiser opnieuw de gevraagde verlenging te weigeren. De rechtbank volgt aldus niet het standpunt van verweerder dat uit voornoemde uitspraak van deze rechtbank volgt dat slechts de weigering om voortgezet verblijf toe te staan in strijd zou zijn met artikel 8 EVRM, waardoor aan deze uitspraak gevolg zou zijn gegeven omdat eiser inmiddels in het bezit is van een verblijfsvergunning onder de beperking “voortgezet verblijf”. Daarmee geeft verweerder een te beperkte uitleg aan het gebruik van het begrip “voortgezet verblijf” in de eerdere uitspraak. Anders dan verweerder begrijpt heeft de rechtbank voortzetting van het verblijf in Nederland in het algemeen bedoeld en niet slechts gedoeld op een eventueel door verweerder te verstrekken vergunning onder de beperking “voortgezet verblijf”. Gelet op het feit dat partijen ter zitting aan de rechtbank hebben laten weten dat bij deze rechtbank, nevenzittingsplaats ‘s-Hertogenbosch nog een procedure aanhangig is over de ingangsdatum van de aan eiser verstrekte vergunning “voortgezet verblijf” en gelet op het feit dat vaststaat dat eiser op 20 september 2009 weer met zijn partner is herenigd, deze rechtbank reeds heeft geoordeeld dat weigering van de verlenging van de verblijfsvergunning regulier, met het doel “verblijf bij partner” met ingang van 2 november 2010 in strijd met artikel 8 EVRM is, aan eiser met ingang van 13 januari 2012 een verblijfsvergunning regulier is verleend onder de beperking “voortgezet verblijf” en niet is gebleken dat eisers omstandigheden tussen 2 november 2010 en 13 januari 2012 op een voor deze zaak relevante wijze zijn gewijzigd is slechts één besluit op de aanvraag van eiser mogelijk en ziet de rechtbank aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, Awb, zelf in de zaak te voorzien.
De uitspraak op rechtspraak.nl