Rb. 's-Gravenhage 2 augustus 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3415

Verdachte heeft bekend dat zij haar dochter in de tuin bij het CNV gebouw aan de Carnegielaan te Den Haag door middel van verwurging en verstikking om het leven heeft gebracht. De gewelddadige dood van haar dochter heeft groot verdriet en onherstelbaar leed toegebracht aan de nabestaanden, onder wie haar vader en haar broertje, die daarmee de rest van hun leven geconfronteerd zullen blijven. Voorts heeft het feit bij de medewerkers van het CNV die op de fatale dag in de nabijheid van de plaats van het misdrijf aanwezig waren, gevoelens van paniek, verontwaardiging en afschuw teweeggebracht. Door het feit is bovendien de samenleving ernstig geschokt. Ten slotte is ook het lot van verdachte zelf tragisch, nu zij moet voortleven met het gegeven dat als gevolg van haar handelen haar dochter niet meer in leven is. Gedragsdeskundigen hebben geconcludeerd dat verdachte ten tijde van haar handelen verkeerde in een psychotische toestand vanuit een zeer ernstige depressieve stoornis. De rechtbank is van oordeel dat het bewezenverklaarde feit (doodslag) niet aan verdachte kan worden toegerekend. De rechtbank verklaart verdachte niet strafbaar en ontslaat haar van alle rechtsvervolging. De rechtbank legt de maatregel TBS met voorwaarden op. Deze maatregel brengt met zich dat als de terbeschikkinggestelde de door de rechtbank gestelde bijzondere en algemene voorwaarden niet naleeft of als anderszins het belang van de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen zulks eist, deze maatregel kan worden omgezet in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Aldus is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat de maatregel van TBS met voorwaarden - in aanmerking genomen de ernst van het feit en de ernst van verdachtes ziektebeeld onder invloed waarvan het feit is begaan - met voldoende waarborgen met betrekking tot de beveiliging van de samenleving is omkleed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen