Rb. 's-Gravenhage 10 juli 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2909
vovo, Turkse zelfstandige, standstillbepaling, herstel-verzuim, advisering EL&I, gelijkheidsbeginsel Verzoeker, van Turkse nationaliteit, beoogt verblijf als zelfstandige. Verweerder heeft geen herstel-verzuim geboden. Verweerder heeft het ondernemingsplan van verzoeker niet ter advisering doorgestuurd naar de minister van EL&I, omdat het niet voldoende is onderbouwd. De handelwijze van verweerder om, anders dan voorheen, na indiening van de aanvraag geen herstel-verzuim meer te bieden middels een herstel-verzuimbrief en een herstel-verzuimtermijn, betekent niet zonder meer een nieuwe beperking voor toelating. Daarbij is van belang dat van een aanvrager mag worden verwacht dat hij zijn aanvraag onderbouwt en dat uit zowel het aanvraagformulier als uit het beleid in paragrafen B5/7.3.2 en B5/7.3.3 van de Vc 2000 duidelijk blijkt welke stukken bij de aanvraag dienen te worden overgelegd en met welke specifieke stukken het ondernemingsplan dient te worden onderbouwd. Bovendien wordt in het aanvraagformulier opgemerkt dat de aanvraag niet voor advies zal worden voorgelegd indien hij onvoldoende met stukken wordt onderbouwd. Hieruit volgt dat vooralsnog niet kan worden gezegd dat een zekere verschuiving in de uitvoeringspraktijk, waarbij bij de aanvraag in beginsel alle gevraagde stukken dienen te worden overgelegd en geen herstel-verzuim meer wordt geboden, op zich reeds leidt tot een beperking voor toelating die in strijd is met de standstillbepaling. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat het niet bieden van een herstel-verzuimmogelijkheid ten aanzien van de bij de aanvraag over te leggen stukken, niet in strijd is met het nationale recht.
De uitspraak op rechtspraak.nl