Rb. 's-Gravenhage 8 juni 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2645

Ten aanzien van het verblijf als economisch actieve EU-onderdanen heeft eiser verklaard dat zijn inkomsten bestaan uit zijn verdiensten uit een krantenwijk. Deze inkomsten bedragen ongeveer € 150,- per maand. Uit vaste jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (het Hof), bijvoorbeeld C-10/05, www.curia.europa.eu, blijkt dat een werknemer in de zin van artikel 39 van het EG-verdrag, thans, na wijziging artikel 45 van het VWEU, is een ieder die reële en daadwerkelijke arbeid verricht, met uitsluiting van werkzaamheden van zo geringe omvang dat zij louter marginaal en bijkomstig zijn. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank eiser, gelet op de omvang van zijn verdiensten, terecht niet aangemerkt als werknemer in vorenbedoelde zin. Evenmin valt in te zien dat eiser als zelfstandige arbeid verricht, doch daargelaten de vraag of hij - als krantenbezorger - werknemer of zelfstandige is, voldoet eiser met zijn inkomsten niet aan de volgens B10/3 van de Vc 2000 vereiste 50% van de voor hem geldende bijstandsnorm (van € 668,21). Voorts is het de rechtbank niet gebleken dat eiser voldoet aan de vereisten die zijn gesteld voor economisch niet-actieve EU-onderdanen. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen bestaat eisers inkomen slechts uit € 150,-. Nu dit inkomen onder de voor eiser geldende bijstandsnorm ligt, is dit inkomen te laag om als economisch niet-actieve in de zin van het EU-recht te worden aangemerkt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen