Rb. 's-Gravenhage 25 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BX2028

1. Inhoud en reikwijdte van de het recht van de verzekerde om vrij een rechtshulpverlener te kiezen als bedoeld in artikel 4:67 lid 1 Wft, waarmee artikel 4 lid 1 sub a Richtlijn van 22 juni 1987 tot coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende rechtsbijstandverzekering, 87/344 EEG, (hierna: de Richtlijn) is geïmplementeerd. Het standpunt van X dat de verzekerde het recht heeft om vrij een advocaat te kiezen indien sprake is van een gerechtelijke of administratieve procedure, komt erop neer dat dit recht mede de beslissing zou omvatten om een rechtshulpverlener in te schakelen, indien sprake is van een procedure. Dit strookt niet met artikel 4:67 lid 1 sub a Wft, bezien in het licht van de bewoordingen en het doel van de Richtlijn en kan evenmin worden afgeleid uit het Eschig arrest. De polisbepaling die inhoudt dat de beslissing om een rechtshulpverlener in te schakelen is voorbehouden aan DAS is niet in strijd met artikel 4:67 lid 1 sub a Wft, noch met de bewoordingen en het doel van de Richtlijn. 2. Aansprakelijkheid assurantietussenpersoon met betrekking tot een dekkingsverschil van de DAS rechtsbijstandverzekering ten opzichte van de door een andere verzekeraar na een fusie opgezegde rechtsbijstandverzekering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen