Rb. 's-Gravenhage 24 mei 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW6762
Beroep tegen inreisverbod dat gelijktijdig met het asielbesluit is opgelegd. De Rb. oordeelt dat, gelet op de redactie van art. 45, lid 8 Vw 2000, in samenhang gelezen met de bedoeling van de wetgever om concentratie van rechtsbescherming te bewerkstelligen, het gelijktijdig met het asielbesluit opgelegde inreisverbod onderdeel uitmaakt van die beschikking. Dit betekent dat ook direct beroep openstaat tegen het inreisverbod. De Rb. is dus bevoegd om van het beroepschrift, voor zover gericht tegen het inreisverbod, kennis te nemen, zonder dat eerst bezwaar is gemaakt. Er is voorts geen grond voor het oordeel dat met de in art. 6.5a Vb 2000 vastgelegde normering over de duur van het inreisverbod voor verschillende categorieën vreemdelingen een onjuiste omzetting van de Terugkeerrichtlijn, in het bijzonder het voorschrift dat de duur van het inreisverbod wordt bepaald volgens alle omstandigheden van het individuele geval, heeft plaatsgevonden. Voor zover is betoogd dat bij het opleggen van het inreisverbod geen rekening is gehouden met individuele omstandigheden op basis waarvan ten gunste van hem de duur van het inreisverbod moet worden beperkt overweegt de Rb. dat eiser in de zienswijze, noch in een later stadium, individuele omstandigheden naar voren heeft gebracht en er voorts geen aanwijzingen zijn dat verweerder ten onrechte art. 6.5a, lid 5, onder c, Vb 2000 op eiser van toepassing heeft geacht. Het betoog dat de wijze van implementatie van de Terugkeerrichtlijn niet in overeenstemming is met de arresten van het EHRM in de zaken El Dridi en Achughbabian, waaruit volgens eiser volgt dat het opleggen van een strafrechtelijke sanctie wegens het overtreden van een inreisverbod in strijd is met de bedoeling van de Terugkeerrichtlijn, treft geen doel. In het voorliggende besluit ligt uitsluitend het inreisverbod voor. De vraag naar de relatie tussen strafbaarstelling van dat verbod en de bedoeling van de Terugkeerrichtlijn kan aan de orde komen indien daadwerkelijk wordt overgegaan tot strafrechtelijke vervolging wegens overtreding van het inreisverbod en is daarom voorbehouden aan de strafrechter.
De uitspraak op rechtspraak.nl