Rb. 's-Gravenhage 25 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5720
Verdachte heeft zich, als gevolg van het slopen van een schuur van [medeverdachte A] waarin asbest was verwerkt, schuldig gemaakt aan het medeplegen van opzettelijke milieuverontreiniging en het medeplegen van opzettelijke overtreding van de Wet milieubeheer. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het slopen van deze schuur, zonder in het bezit te zijn van een certificaat asbestverwijdering. Zonder voorafgaand aan de sloop van de schuur te beschikken over een sloopvergunning of een asbestinventarisatierapport, is verdachte begonnen met de sloop. Verdachte was niet deskundig op het gebied van het verwerken van asbest en maakte op zijn eerste werkdag als sloper direct een cruciale fout, waardoor de schuur van medeverdachte [A] instortte. Bij het instorten van de schuur is asbest in diverse vormen vrijgekomen op en in de bodem en in de lucht. Op een zeer onprofessionele en illegale wijze hebben verdachte en zijn medewerker vervolgens geprobeerd om het puin van de schuur op te ruimen. Zij hebben dat asbest niet verpakt in een daartoe gesloten en/of geschikte verpakking. Verdachte heeft als medepleger aan bovengenoemde handelingen een actieve bijdrage gehad. Zie ook LJ-nummer; BW5675 (medeverdachte).
De uitspraak op rechtspraak.nl