Rb. 's-Gravenhage 27 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW5587

Vordering tot toelating onderwijs na negatief bindend studieadvies. Bevoegdheid voorzieningenrechter. Uit de Memorie van Toelichting bij artikel 7.66 WHW blijkt dat het CBHO bevoegd is een uitspraak te doen over alle geschillen op grond van de WHW of daarop gebaseerde regelingen die de relatie student-instelling betreffen. Op grond van artikel 112 Grondwet staat het een student vrij, als daaraan de voorkeur wordt gegeven, ervoor te kiezen de weg naar de burgerlijke rechter te bewandelen in plaats van het CBHO (Kamerstukken II, 2008-2009, 31 821, nr. 3, blz. 66). Het is kennelijk de bedoeling van de wetgever geweest studenten, mede gelet op artikel 112 Grondwet, de volledige vrije keuze te laten tussen hetzij het bewandelen van de weg die uiteindelijk leidt tot beroep bij het CBHO, hetzij het bewandelen van de weg die naar de civiele rechter leidt. Nu eiseres ten aanzien van het bindend studieadvies geen beroep heeft ingesteld bij het CBHO, moet worden geoordeeld dat zij haar vorderingen met betrekking tot het besluit van gedaagde wel aan de burgerlijke rechter kan voorleggen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen