Rb. 's-Gravenhage 25 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4490

Eiser is rechter in een rechtbank en tevens lid van een commissie van toezicht op een penitentiaire inrichting. Hij treedt tevens op als (alleenrechtsprekend) beklagrechter en als maandcommissaris. Het beroep betreft de op een vacatiegelddeclaratie van eiser door verweerder toegepaste anti-cumulatiebepaling, welke inhoudt dat twee vergaderingen op eenzelfde dag leiden tot toekenning van slechts eenmaal vacatiegeld. Indien het daarbij onder meer gaat om het optreden als beklagrechter, vindt toekenning van vacatiegeld plaats naar het daarvoor geldende hogere tarief. Voor een op dezelfde dag plaatsvindende vergadering van de commissie van toezicht wordt dan geen vacatiegeld uitgekeerd. De rechtbank is van oordeel dat deze benadering van verweerder slechts aanvaardbaar is, indien het gaat om vergaderingen en eventueel het optreden als maandcommissiaris op dezelfde dag. De maandcommissaris wordt uit en door de commissie van toezicht gekozen. Het optreden in die hoedanigheid kan daarom onder het begrip "vergadering" in de anti-cumulatie- bepaling worden geschaard. Het optreden als beklagrechter is een rechterlijke activiteit, de niet noodzakelijk hoeft te worden opgedragen aan een lid van een commissie van toezicht. Een "los benoemde" voorzitter en lid van een beklagcommissie (bij voorkeur een lid van de rechterlijke macht) heeft aanspraak op de hoge vergoeding voor werkzaamheden van rechterlijke/toetsende aard. Nu een "los benoemde" voorzitter aanspraak heeft op deze vergoeding, valt niet in te zien dat eiser (tevens lid van een commissie van toezicht) met deze vergoeding genoegen zou moeten nemen op een dag waarop tevens een vergadering van de commissie van toezicht plaatsvindt. Het optreden als beklagrechter kan niet worden geschaard onder het begrip "vergadering" in de anti-cumulatie- bepaling. Beroep gegrond, de rechtbank voorziet zelf in correctie van de bestreden vacatiegelddeclaratie.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen