Rb. 's-Gravenhage 27 april 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BW4211

Eisers vorderen het buitenwerking stellen van de in de Aanwijzing Opiumwet geformuleerde voorwaarde inzake het ingezetenencriterium. Volgens eisers is deze voorwaarde in strijd met het nationaal en internationaal geldende discriminatieverbod. Eisers menen dat er voor het maken van onderscheid tussen ingezetenen en niet-ingezetenen (voor het verkrijgen van een wietpas) geen redelijke en objectieve grond is. De kernvraag in dit kort geding is of de Aanwijzing onmiskenbaar onrechtmatig is jegens eisers. Gedaagde heeft gewezen op de Schengen Uitvoeringsovereenkomst die ook Nederland verplicht om de illegale uitvoer van onder meer cannabis bestuursrechtelijk en strafrechtelijk tegen te gaan. Daarbij heeft gedaagde gewezen op de bevindingen van de Adviescommissie Drugsbeleid waaruit blijkt dat drugstoerisme een ernstig probleem voor zowel de internationale als de nationale rechtsorde oplevert. Geoordeeld wordt dat, nu niet alleen openbare orde overwegingen maar ook bovenlokale en strafvorderlijke belangen in het geding zijn, eventuele bezwaren op lokaal niveau niet relevant zijn voor de rechtmatigheid van de hantering van het ingezetenencriterium in de Aanwijzing. Het criterium is niet in strijd met het discriminatiebeginsel en evenmin disproportioneel; het vertrouwensbeginsel is niet geschonden. Conclusie is dat de Aanwijzing niet onmiskenbaar onrechtmatig is jegens eisers. De vordering van eisers wordt afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen